Waarom de lat wat lager mag

Ik heb altijd al moeder willen worden. Al sinds ik op vierjarige leeftijd met mijn pop “Lieselot” door het huis sleepte. Ik zorgde niet alleen voor mijn pop, ook voor mijn knuffels, mijn Barbies en later voor mijn zusje. Dat verzorgende heeft denk ik, altijd in me gezeten. Ik had in mijn hoofd een ideaalbeeld gecreëerd van hoe het moederschap zou moeten zijn. Er was een soort romantisch beeld ontstaan van hoe het zou zijn, om het leven van een moeder te leiden. Zittend in een schommelstoel met een slapende baby in mijn armen, Terwijl ik liedjes neuriede en gelukzalig naar mijn baby staarde.

Reality check

Des te harder was de realiteit, toen ik na de bevalling van mijn oudste kindje helemaal niet bij dit ideaalbeeld leek te kunnen komen. Ik bleef ernaar zoeken, elke dag, maar ik kon het niet vinden. De deceptie was alles omvattend. Ik snapte niet waar mijn roze wolk bleef. De fameuze roze wolk waar iedereen me over verteld had, waarover ik talloze keren had gelezen. Waar was hij? Ik bleef er naar zoeken en des te meer ik perfectie nastreefde, des te meer de teleurstelling kwam opzetten. Mijn leven bestond niet uit roze wolk momenten na de geboorte van mijn oudste. Mijn leven bestond uit angsten, depressieve gedachten en een hele hoop teleurstellingen.

Door het slaapgebrek en de hormonen, kon ik niet meer relativeren. Ik vroeg me steeds af of onze dochter niet een betere moeder verdiende. Of ik überhaupt wel dat moeder-gen in me had. Een oer-moeder voelde me ik allerminst. Het was zo intens zwaar, om me constant zo tekort te voelen doen. Ik legde de lat mega hoog voor mezelf en stelde mezelf constant teleur. Daarnaast had ik het gevoel dat ik ook mijn kindje en mijn man ontzettend tekort deed. Het was enorm zwaar en een hele beladen periode in mijn leven. Continue reading