Als je na een postnatale depressie weer zwanger wordt

Ik weet het nog zo goed. Ik hield voor de tweede keer in mijn leven een zwangerschapstest in mijn handen. Vol ongeloof staarde ik ernaar. Ik kon niet geloven dat ik deze keer zo snel zwanger was. Bij de oudste hebben we er ruim anderhalf jaar over gedaan. Dit keer was het binnen twee maanden raak. Ik voelde me vervuld van geluk en dankbaarheid. Maar ook angstig. Want hoe zou het dit keer gaan? Zou ik weer een postnatale depressie krijgen? Of zou het dit keer anders gaan? Ik verlangde er zo naar om dit keer wel een positieve ervaring te mogen hebben. Ik riep mijn man uit bed en vertelde hem lachend ons mooie nieuws: Livia zou een broertje of een zusje krijgen.

In de weken die volgden kreeg ik de ene zwangerschapskwaal na de andere. Dat is het een uitdaging, als je al een opstandige peuter hebt rondlopen en mama om de haverklap ziek, zwak en misselijk is. We hebben het daarom na de eerste echo al verteld. Omdat Liv een heel pienter meisje is en ze allang doorhad dat er wat aan de hand was. Ze reageerde dolblij en trok meteen mijn trui omhoog om te kijken waar mijn dikke buik was. Die was er toen niet, maar dat hebben we later ruimschoots ingehaald. Continue reading

Waarom intrusies je juist wél een goede moeder maken

Je kent deze gedachte vast: je staat op het perron op de trein te wachten. In de verte zie je de trein in rap tempo naderen. Even denk je: zal ik ervoor springen? Even snel, als deze gedachte kwam, is hij weer voorbij. Je stapt de trein in en bent hem alweer vergeten. Dit soort gedachten heten intrusies. Deze zogeheten “dwanggedachten” heeft ieder mens in kleine of grotere mate. Moeders die van zichzelf angstig zijn aangelegd, hebben deze gedachten vaker dan andere moeders.

Als ik haar nu loslaat, is ze dood

Ik had ze na de bevalling ook heel veel. Zo liep ik op en dag met mijn baby over een brug. Ineens dacht ik: ”als ik de kinderwagen nu loslaat, dan is ze dood.” Ik schrok me kapot. Waarom denk ik dit soort dingen nu ineens, dacht ik. Ik moet wel een hele slechte moeder zijn! Ik durfde het aan niemand te vertellen, zo erg schaamde ik me hiervoor. Daar bovenop kwam nog een flinke dosis schuldgevoel, want welk goed denkend mens, heeft nu dit soort gedachten? Ik dacht dat als ik dit zou delen, ze me ter plekke zouden komen halen en opsluiten in een gesloten inrichting. Na maanden worstelen, durfde ik het eindelijk in therapie te vertellen. Continue reading

Wat ik leerde van het reizen door een boeddhistisch land

Voordat wij kindjes kregen, reisden mijn man ik al veel. We wisten dan ook, dat als we ooit kinderen mochten krijgen, we dit zeker zouden blijven doen. Onze eerste reis met Livia was, toen ik net op begon te krabbelen uit mijn postnatale depressie. Daarna zijn we ook met haar naar Amerika geweest. Toen Emmi vorig jaar zes maanden oud was, gingen we naar het Griekse eiland Mykonos. Heerlijk! Dit jaar wilden we weer wat verder weg. Emmi had het zo goed gedaan en Liv is al zo’n doorgewinterde reiziger, dat durfden we aan.

Na alle enthousiaste verhalen van vrienden en bekenden, kozen we voor Sri Lanka. Het klimaat zag er goed uit, de natuur sprak ons aan en het lekkere eten lonkte ons. Tel daar de inspirerende cultuur bij op en we waren verkocht. Dus, daar gingen we, nog net voordat Livia vijf werd, naar Sri Lanka. We vlogen rechtstreeks op de hoofdstad Colombo (9 uur) en maakten vanuit daar een rondreis het hele eiland over. We eindigden op de Malediven. Wie mijn Instagrampagina volgt, heeft wellicht de updates gezien en in mijn Insta-stories, kan je alles rustig terugkijken, onder het kopje Travel. Het was een magische reis. Na 24 uur, waren we al een stuk meer zen, dan voor we op vakantie gingen. We voelden de stress van ons afglijden en maakten ons op voor onze rondreis.

Tijdens onze tour over dit prachtige eiland, leerde ik veel over de verschillen tussen onze westerse maatschappij, maar ook over mezelf. Hier volgen de 9 tofste dingen die ik leerde tijdens onze reis door Sri Lanka:

  1. Je kan prima reizen naar een land met tijdsverschil als je kleine kinderen hebt. De jetlag viel alles mee, voor zowel ons zelf, als de kindjes. Wij hielden gewoon het ritme van daar aan, qua eten, slapen, spelen en dat ging super. Op reisdagen kan je het ritme het beste gewoon laten gebeuren, want zittend in een taxibusje, heb je niet heel veel afwisseling. Maar leuke spelletjes, reistpilletjes en de tablet doen wonderen.
  2. De bevolking van Sri Lanka was zo ontzettend lief, geduldig en gastvrij, daar kunnen we in de Westerse wereld heel veel van leren. Waar ik me in Nederland, chronisch verontschuldig voor de ravage die mijn kinderen aanrichten, reageerden ze daar heel lief en zachtaardig.” Dat geeft toch niks, dat doen kinderen gewoon!”, hoorden we dan. We vielen van de ene verbazing in de andere. Er werd speciaal eten gemaakt voor Emmi en Livia werd aan de hand overal mee naartoe genomen. Daarnaast nam iedereen foto’s van onze meisjes omdat ze zo lief en mooi vonden, dat is daar heel normaal.
  3. Ze doen niet moeilijk over de tijd. Wij leven op de klok, maar zij hebben de tijd. Zo is het daar echt. Wij als Westerlingen vinden dat vaak ingewikkeld, maar als je accepteert dat het zo is, heb een veel relaxtere vakantie. Zij komen gerust een half uurtje later, maar zijn ook niet geïrriteerd als jij wat later aanschuift of langer de tijd ergens nodig hebt. Hier in Nederland wordt er dan toch vaak op het horloge gekeken.
  4. Het verkeer mag dan een grote chaos zijn in Sri Lanka, ze gunnen elkaar de ruimte en de tijd om veilig op hun bestemming aan te komen. Op de bussen nagelaten, die reden als kippen zonder kop rond. Maar de rest reed mijns inziens heel relaxed. Ja, er wordt vaak getoeterd, maar dat is meer om aan te geven, dat ze eraan komen of als vraag of jij ruimte wil maken. Van een tweebaansweg, wordt gerust een vierbaansweg gemaakt en de motors en Tuk Tuk-jes, rijden overal kris kras doorheen. Hier in de westerse wereld, lijkt het wel of iedereen acute Road Rage of Gilles de la Tourette krijgt, zodra ze achter het stuur kruipen. Zoveel agressie in het verkeer, ik vind dit onbegrijpelijk. In Sri Lanka voelde ik me eerlijk gezegd veiliger dan hier, als ik deelnam aan het verkeer.
  5. Mensen met kinderen worden overal sneller geholpen, mogen voor in de rij of krijgen zitplaatsen aangeboden. Zo klommen wij de trein in naar bergstadje Ella en stonden mensen spontaan op om ons te verwelkomen en vroegen of we daar wilden zitten. Niet omdat we de eerste blanken in de trein waren. Nee, onze coupe stond er vol mee. Maar omdat we kleintjes bij ons hadden, mochten we zitten. De meisjes keken hun ogen uit en hadden de tijd van hun leven in de trein. En wij ook!
  6. Wat ik leerde, is dat ik eigenlijk niks nodig heb om me ultiem gelukkig te voelen. Ik keek op een gegeven moment naar mijn gezin, naar de prachtige jungle waar we ons bevonden en realiseerde me, dat we echt overal ter wereld zouden kunnen wonen zonder spullen en dat we dan echt ultiem gelukkig zouden zijn. Waar ik me thuis kan laven aan m’n fijne spulletjes, miste ik dat in Sri Lanka helemaal niet. Ik voelde me gelukkig met mijn gezin. Punt.
  7. Hoe mooi de natuur kan zijn en hoe divers die wereldwijd is. Dit klinkt misschien als een enorme open deur, maar zodra ik op reis ben, vergaap ik me aan de mooie kleuren, de bergen, de geluiden van al die vogels, de geuren van lekker eten, verse bloemen, de zee. Het is een soort sensorische ontploffing maar dan in positieve zin. De wereld is zo mooi. Ik voel me zo dankbaar dat ik dit weer mocht herontdekken al reizend met mijn gezin. Ik voelde me enorm bevoorrecht. Deze reis zal me nog heel lang bijblijven.
  8. Hoeveel respect de boeddhistische bevolking van Sri Lanka heeft voor dieren en de natuur. Wij gingen zwemmen met wilde zeeschildpadden. Van te voren vertelden ze ons hoe bijzonder en mooi deze dieren zijn en dat je ze met respect en liefde moet benaderen. Ook laten ze alle dieren vrij om te gaan en te staan waar zij willen. Tot aan de zwerfhonden aan toe. Ja, natuurlijk is dat wel eens lastig als je niet van vreemde honden houdt. Maar vanuit hun geloof is dit heel normaal. Geen enkel dier wat wij tegenkwamen werd geslagen of mishandeld, maar met een liefdevolle benadering behandeld.
  9. Ik werk zelf veel met minfulness, maar vind dit zelf ook wel eens lastig om vol te houden, in een maatschappij waar zoveel van je gevraagd wordt. Wij moeders moeten heel veel ballen hoog houden en soms is dat echt een enorme uitdaging. Het vergt enorm veel van je en kost bakken energie. In Sri Lanka leerde ik weer tot de kern te komen. Wat vind ik nu echt belangrijk in mijn leven? Waar besteed ik het liefste mijn aandacht aan en hoe was dat voor ik op vakantie ging? Ik besloot me minder te focussen op social media en meer op mijn gezin en om mijn telefoon vaker weg te leggen. Dit houd ik nog steeds goed vol.

Mocht je dit lezen en denken, dit wil ik ook! Mail me gerust over hoe wij het hebben aangepakt: info@froufroubegeleiding.nl. Lees je dit en denk je: ik vind de camping in Brabant ook helemaal top: hartstikke goed! Ik ben echt niet de maatstaf van hoe een vakantie eruit moet zien. Doe vooral wat goed voelt voor jou en je gezin!

Waarom het gras aan de overkant altijd groener lijkt

Je kent het wel. Je bladert door je dagelijkse Instgram feed. De ene gelukzalige foto na de andere komt voorbij. Je ziet allemaal glamourmoms, fitmoms, or happy moms met de hastags: #happy #blessed #lovemylife. Je ziet foto’s van mooie opgemaakte moeders, altijd lachende baby’s en er is geen vuiltje aan de lucht. Althans, dat lijkt zo. Je denkt bij jezelf, zie je: mijn leven stelt weinig voor. Ik ben niet zo’n glamoureuze mama. Mijn haar is al dagen niet gewassen, in al mijn leuke kleding zitten vlekken en ik heb continue strijd met mijn partner. Waarom kan het in mijn leven niet zo gaan, als bij haar?

Het probleem zit hem niet in de picture perfect foto’s op social media. Het probleem zit het in het feit, dat je bedacht hebt, dat het bij die andere moeders zoveel beter gaat dan bij jou. Je vergelijkt jezelf met iemand die je waarschijnlijk niet eens persoonlijk kent. Je kijkt naar die persoon en denkt: zo’n leven wil ik ook. Je voelt jezelf tekort schieten, je ervaart jaloezie, misschien zelfs wroeging. Is dat erg? Nee! Maar, het is wel zonde. Omdat je namelijk helemaal niet weet hoe het er achter de schermen bij die betreffende persoon aan toe gaat. Continue reading

Borstvoeding of flesvoeding; het is altijd jouw keuze

 

Borstvoeding versus flesvoeding is een heet hangijzer onder moeders. Ik heb er in mijn boek “Toen kreeg ik weer lucht”, ook al een hoofdstuk aan gewijd. Er zijn een hoop moeders die worstelen met de keuze: ga ik borstvoeding of flesvoeding geven? Omdat ze het allerbeste willen voor hun kindje en zo graag een goede moeder willen zijn.

Hoe sneu is het dan, als borstvoeding niet lukt? Omdat het teveel pijn doet of omdat er simpelweg niet voldoende melk uit komt? Deze net bevallen moeders voelen zich enorm schuldig en ervaren een gevoel van falen. Want al die andere moeders lukt het toch ook? Waarom lukt het mij dan niet? Ook wordt er vaak gezegd dat kunstvoeding minder goed zou zijn als flesvoeding. Wie heeft dat bewezen, vraag ik me dan af? Het feit dat hele massa’s chinezen ’s morgens vroeg al in de rij staan om de pakken Nutrilon naar hun thuisland te exporteren, zegt denk ik al genoeg. Onze flesvoeding is van topkwaliteit. Er zitten ook een hoop andere voordelen aan kunstvoeding: je kan ‘s nachts een keer doorslapen, omdat je partner de nachtvoeding doet. Je kan een keer de deur uit, omdat je niet perse thuis hoeft te zijn om je kindje te voeden. En nee, dan ben je dus geen ontaarde moeder. Dat is volkomen normaal. Continue reading

Hoe kom je als mama uit je postnatale depressie?

Je had het je van te voren allemaal zo mooi voorgesteld. Voordat je ging bevallen zag je al helemaal voor je hoe je wiegend in je schommelstoel, je kindje zou gaan voeden. Zachtjes drinkend aan je borst, snuffelend aan het hoofdje. Je zag jezelf al helemaal op die roze wolk zitten samen met je gezin. Dagdromend over de toekomst, wrijvend over je dikke buik op de bank.

Maar dan blijkt, dat het na de bevalling toch niet zo lekker gaat. Je voelt je eigenlijk helemaal niet zo happy. Sterker nog: je vraagt je regelmatig af waar je aan begonnen bent. Of dit het nou is, het moederschap. Of je het allemaal wel aan kan en of je wel een goede moeder bent. Je zit niet op een roze wolk, maar op een donkergrijze donderwolk. Je bent kapot moe door de gebroken nachten. Wellicht loopt de borstvoeding niet en draait je hele leven om voeden, kolven, nog meer voeden en hopen dat je baby tussendoor een uurtje slaapt. De hormonen razen ondertussen door je lijf en je relativeringsvermogen is door een historisch dieptepunt gedaald.

Je vraagt je dagelijks af: hoe doen andere moeders dit? Gaat het hen dan wel zo makkelijk af en ben ik de enige die zich zo voelt? Het antwoord is nee! Andere moeders doen ook maar wat. Om het beestje maar gewoon bij het naampje te noemen: we klooien allemaal maar wat aan. Ja echt! De onzekerheden die je als nieuwbakken moeder voelt, zijn heel normaal. Mijn eerste advies is dan ook: ga erover praten. Met je partner, een goede vriendin, je moeder, of de buurvrouw. Deel je onzekerheden en angsten, dat haalt al wat druk van de ketel. Je zal merken dat zij allemaal wel iemand kennen die na de bevalling ook niet op een roze wolk zat Continue reading

Waarom je je als moeder niet hoeft te schamen voor je gedachten

Als moeder kan je soms de meest uiteenlopende gedachten hebben. Je kan het ene  moment kijken naar je kind en denken: wat ben jij schattig, zeg! Ik kan je wel opeten, zo lief vind ik je. Maar er kan tien minuten later een gevoel zijn van onbehagen, van onrust. Misschien is het een onderdrukte gedachte die je al een tijdje weg probeert te stoppen. Wellicht heb je het gevoel dat je het allemaal even niet aankan. Want laten we wel wezen: het moederschap is soms heel overweldigend! Logisch dus, dat je gedachten soms alle kanten opgaan. Is dat erg? Welnee!

Jij bent namelijk niet wat je denkt. Onthoud deze goed, want dit is heel belangrijk. Jij bent niet je gedachten en andersom. Dus op het moment dat je een keer iets negatiefs denkt over jezelf, over het moederschap of over het leven an sich: no worries! Dat hebben we allemaal wel eens. Ja, echt. Man of vrouw, jong en oud: allemaal vinden we het leven soms even ruk. Dat wil niet zeggen, dat je je altijd zo blijft voelen. De meeste gedachten gaan namelijk vanzelf weer weg. Alleen voelt dat op het moment zelf niet zo. Continue reading

Waarom spanning laten gaan een must is

Je kent het gevoel wel, stramme schouders, soms het gevoel alsof er een band om je hoofd zit gespannen. Of je hebt vage rugklachten, waarvan je niet weet hoe je eraan komt. Herkenbaar? Dit is opgebouwde spanning die zich ergens in je lijf manifesteert. Eigenlijk is dit een schreeuw om aandacht vanuit je lichaam. Omdat je te ver bent gegaan en de spanningen zich teveel hebben opgebouwd. Zowel in je hoofd als in je lijf.

Het mentale proces wat hier aan vooraf is gegaan, heb je waarschijnlijk niet eens opgemerkt. Je bent zo druk met je dagelijkse to do list, dat je chronisch in de doe-modus zit. Gas op die lollie en doorgaan. Soms lijken de dagen net als de film “Ground Hog Day”, ze lijken allemaal op elkaar en gaan soms, voor je gevoel,  naadloos in elkaar over. Herkenbaar?

Je leeft eigenlijk in de overlevingsstand en dit moet stoppen. Je hebt zoveel spanning in je hoofd en lijf, dat je als een te strak gespannen snaar, bijna op knappen staat. Deze spanning is niet goed voor je. Dit klinkt als een enorme open deur. Toch zijn er moeders die maanden, soms jaren blijven doorlopen met dit probleem. Deze moeders merken de spanningen wel vaag op, maar doen er vervolgens niks mee en leiden hun leven alsof ze geen keuze hebben. Maar die keuze heb je wel! Het is eigenlijk heel simpel: kies voor jezelf. Zet jezelf op de eerste plek, in plaats van je werk, je overvolle sociale agenda. Focus op wat goed voelt voor jou en je gezin en volg dit gevoel. Tot het bittere einde, zou ik eigenlijk willen zeggen. Want niemand wil zich zo gespannen voelen, toch? Continue reading

Waarom de lat wat lager mag

Ik heb altijd al moeder willen worden. Al sinds ik op vierjarige leeftijd met mijn pop “Lieselot” door het huis sleepte. Ik zorgde niet alleen voor mijn pop, ook voor mijn knuffels, mijn Barbies en later voor mijn zusje. Dat verzorgende heeft denk ik, altijd in me gezeten. Ik had in mijn hoofd een ideaalbeeld gecreëerd van hoe het moederschap zou moeten zijn. Er was een soort romantisch beeld ontstaan van hoe het zou zijn, om het leven van een moeder te leiden. Zittend in een schommelstoel met een slapende baby in mijn armen, Terwijl ik liedjes neuriede en gelukzalig naar mijn baby staarde.

Reality check

Des te harder was de realiteit, toen ik na de bevalling van mijn oudste kindje helemaal niet bij dit ideaalbeeld leek te kunnen komen. Ik bleef ernaar zoeken, elke dag, maar ik kon het niet vinden. De deceptie was alles omvattend. Ik snapte niet waar mijn roze wolk bleef. De fameuze roze wolk waar iedereen me over verteld had, waarover ik talloze keren had gelezen. Waar was hij? Ik bleef er naar zoeken en des te meer ik perfectie nastreefde, des te meer de teleurstelling kwam opzetten. Mijn leven bestond niet uit roze wolk momenten na de geboorte van mijn oudste. Mijn leven bestond uit angsten, depressieve gedachten en een hele hoop teleurstellingen.

Door het slaapgebrek en de hormonen, kon ik niet meer relativeren. Ik vroeg me steeds af of onze dochter niet een betere moeder verdiende. Of ik überhaupt wel dat moeder-gen in me had. Een oer-moeder voelde me ik allerminst. Het was zo intens zwaar, om me constant zo tekort te voelen doen. Ik legde de lat mega hoog voor mezelf en stelde mezelf constant teleur. Daarnaast had ik het gevoel dat ik ook mijn kindje en mijn man ontzettend tekort deed. Het was enorm zwaar en een hele beladen periode in mijn leven. Continue reading

Waarom je nooit meer op dieet moet gaan!

Ik heb zolang ik me kan herinneren eigenlijk altijd al gestruggeld met eten. Of niet eten. Daar wil ik vanaf zijn. Op mijn zesde kwam ik in een klas terecht waar een enorme pestkop de klas bestierde. Zij besloot dat ik dik was, dus de rest van de klas besloot dit ook. Ze terroriseerde de hele klas en iedereen was bang om ook gepest te worden. Vanaf dat moment werd ik gebombardeerd tot “dik varken”. Vanaf toen, werd ik me heel bewust van mijn lichaam. Ik keek met een andere en vooral meer kritische blik naar mezelf. Een blik die ik de 29 jaar die volgden, niet meer heb kunnen loslaten.

Mijn uiterlijk werd steeds belangrijker

Was ik daadwerkelijk te dik? Welnee. Ik was een gezond meisje, wat danste en bewoog. In haar eentje elastieken in de achtertuin van mijn oma, want vriendjes of vriendinnetjes had ik eigenlijk niet. Naarmate de jaren vorderden, werd me steeds meer duidelijk hoe “belangrijk” uiterlijk eigenlijk voor mij geworden was. Dat kwam enerzijds door de puberteit en anderzijds door de wereld die zich op televisie en in de magazines waar ik een abonnement op had, werd geportretteerd. Popfoto, Yes, Hitkrant. You name it en ik las het. Ik zag alleen maar dunne meiden en wilde er net zo uitzien als hen. Met mijn prachtige maat 38, voelde ik me niet slank genoeg. Hoe zonde denk ik nu! Ik zou een moord doen voor maat 38.

Het jo-jo-effect maakte zich van mij meester

Op een gegeven moment ontdekte ik de dieet mentaliteit. Ik kon afvallen! Het begon onschuldig. Beetje op mijn eten letten en voor ik het weet, vlogen de kilo’s eraf. Toen ik begon te studeren, ontdekte ik pasta en pesto. O en tiramisu. Ik kan wel zeggen dat ik de Italiaanse keuken met volle overgave geconsumeerd heb. All of it! De kilo’s kwamen er in rap tempo bij en ik baalde daar vervolgens weer van. Dus ik besloot weer te gaan afvallen. Met Weight Watchers dit keer. De kilo’s vlogen eraf. Het leek wel magie! Beetje punten tellen, beetje opletten en daarbij sporten en hoppakee: daar ging ik weer een kledingmaat omlaag. Dat zich ondertussen het jo-jo effect had ingezet, merkte ik niet eens. Ik kwam aan en viel weer af. Dat was nou eenmaal zo. Story of my life. En ik ging weer verder met mijn leven. Ik hoorde mezelf wel eens zeggen: ”ik heb levenslang met diëten.” Toch ging er nog geen belletje bij mij rinkelen. Continue reading